Titel
Home Hervormde Dorpskerkgemeente Werkgroepen
Dorpskerkgemeente
Dorpskerk
Rijksmonument
Gebouw
De Ontmoeting
Stuurgroep
Toekomst Dorpskerk
Stichting Vrienden
van de Dorpskerk
Linken
WG Eredienst

WG Kerk en Israel

WG Kerktuin

WGLit.bloemsch.intro

Lit. bloemsch. 2010

Lit. bloemsch. 2009

Lit. bloemsch. 2008

WG Oud Papier Actie

WG Snuffelmarkt

WG Taizé-vieringen

WG V en T

WG Verjaardagsfonds

WG ZWO

Project Rurigi

Werkgroep eredienst


Instelling en taakstelling van de werkgroep
De werkgroep eredienst is in 2007 ingesteld door de Wijkkerkenraad (WK) van de Dorpskerkgemeente en zij heeft de kerkorde van de PKN, alsmede het beleidsplan van deze wijkgemeente als uitgangspunt voor haar functioneren.
De WK blijft eindverantwoordelijk voor de wijze waarop de viering van de erediensten in de Dorpskerkgemeente plaatsvindt.
De werkgroep heeft de volgende taakstelling:
• Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de WK op het gebied van de eredienst.
• De erediensten belangwekkender maken voor de leden van de Dorpskerkgemeente en belangstellenden, rekening houdend met 
  verschillende doelgroepen en leeftijdsgroepen;
• De erediensten naar hun verschillende aard, inhoud en uitvoering te structureren;
• Bijzondere aandacht te geven aan de inbreng van kerkmuziek, de inbreng van kinderen en van individuele gemeenteleden;
• Het geheel van erediensten in een jaarplanning te plaatsen, waarbij erediensten met een speciaal karakter evenwichtig worden
   verdeeld over het kerkelijk jaar.

Samenstelling WG

Coosje Engel        
Hans van Gelder   
Simon Hoek          
Hans van Ooijen (secr)  
Joke Walstra         
ds. Philip van Wijk (vz)



ouderling
kerkmusicus
gemeentelid
gemeentelid
gemeentelid
predikant


Planning

Voor 2009 zijn de  volgende activiteiten gepland:

- uitwerking en presentatie van het beleidsplan Eredienst en kerkmuziek;
- planning van een drietal bijzondere erediensten (morgendiensten);
- opzet van een aantal bijzondere middagdiensten.


Presentatie beleidsplan Eredienst en Kerkmuziek
Het (deel)beleidsplan Eredienst en kerkmuziek is een uitwerking van het overall Beleidsplan van de Dorpskerkgemeente. De werkgroep Eredienst heeft dit plan in stappen ontwikkeld. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van de handleiding ‘Eredienst en Kerkmuziek’, uitgegeven door het Protestants Landelijk Dienstencentrum van de PKN. Het beleidspaln beschrijft de wijze waarop momenteel invulling wordt gegeven aan het Liturgisch profiel van de Dorpskerkgemeente en doet voorstellen om tot enige aanpsssingen te komen.

Dit plan is voorgelegd aan de wijkkerkenraad en op basis van de discussie in de WK, heeft de werkgroep het document bijgesteld en is het gepresenteerd aan de Dorpskerkgemeente op de Gemeenteavond van 25 november 2009. 
Nu de gemeenteleden zijn gehoord zal het beleidsplan Eredienst en kerkmuziek worden uitgewerkt in een aantal concrete activiteiten.
Nu het plan is gepresenteerd aan de gemeenteavond zal de werkgroep de opmerkingen evalueren en het plan nader uitwerken. Als prioriteit voor het komende kerkelijk jaar zal de werkgroep Eredienst de keuze voor het liturgisch profiel en de essentie daarvan voor het gemeente-zijn toelichten en promoten binnen de Dorpskerkgemeente, resp. binnen de Hervormde Gemeente Barendrecht en in het SoW-proces.
De samenvatting van het (deel)beleidsplan Eredienst en Kerkmuziek kan worden gedownload door op het eerste Doc-logo te klikken.>>
klik om document te openen
Het gedetailleerde plan kan eveneens worden gedownload door op het tweede Doc-logo te klikken.>> klik om document te openen  
De eredienst in de Dorpskerk
Op deze webpagina wordt aandacht besteed aan verschillende elementen van liturgie en eredienst, zoals die in de Dorpskerk wordt gevierd.

Een zingende dominee?
Op de gemeentevergadering van woensdag 25 november 2009 werd kort gesproken over het feit dat onze predikant wel eens zingt in de dienst. Het lijkt me goed om de betekenis daarvan wat nader uit te leggen, omdat we daar helaas op de gemeenteavond verder geen tijd voor hadden.

Wij kennen de praktijk van een gezongen bijdrage van de voorganger in de liturgie in onze Dorpskerk al langer. In het verleden zong bijvoorbeeld ds. Mettau vrij regelmatig, en als ds. Taselaar voorgaat dan zingt hij graag onderdelen van de liturgie. Zo ook nog in zijn laatste dienst, twee weken geleden in de Triomfatorkerk. Ik heb zo maar een vermoeden dat het dan mooi en passend werd gevonden omdat er een couplet van een onbekend lied klonk, dan wel een voor de gemeente totaal onbekende grotere compositie, bijvoorbeeld van het duo Oosterhuis/Oomen. Men vond/ vindt het mooi, en vergelijkbaar met een gemeentelid dat zijn of haar muzikale kwaliteiten inzet. In het laatste geval gaan we er zelfs vaak voor klappen, nietwaar?

Dat doe je natuurlijk nooit voor een dominee, al kreeg de grote prediker Chrysostomos (Guldenmond) zelfs applaus op een preek, en dat zouden wij toch allemaal wel gek vinden, denk ik zo maar. Onze zingende dominee Van Wijk rekent niet op applaus en dat al helemaal niet vanwege zijn zangkwaliteiten, die schat hij ook zelf niet overdreven hoog in. Voorgangers zingen niet vanwege artistieke gaven, maar vanwege het hoor en wederhoor dat zo kenmerkend is in Schrift en liturgie.

We hoeven daarvoor slechts te denken aan de “klassieke” openingszinnen van onze samenkomsten: “Onze hulp in de Naam van de HEER” (vg.) “Die hemel en aarde gemaakt heeft”(gem.). Hier klinkt een wederzijdse bemoediging, uitgesproken op de “drempel” van de dienst, en zij is als het ware afgekeken van de pelgrims op weg naar Jeruzalem (zie Ps. 124:8).
Wanneer onze predikant ons zingend zou voorgaan in bovenstaande zin, en wij hem antwoorden, zal niemand op de gedachte komen deze gezamenlijke muzikale exercitie langs de lat van de artisticiteit te leggen, het zou er nog bij moeten komen!
Daarom moeten we dat ook niet doen in het geval van bijvoorbeeld een gezongen Kyrie: de predikant gaat vóórop in het zingend verwoorden van het smeekgebed en wij stemmen daarmee in door gezamenlijk het “Heer ontferm U” te zingen. En om die roep elke week weer iets verrassends (niet helemaal het goede woord) te geven, brengen wij daar in onze diensten wat variatie in aan: gezongen (ook driestemmig), gesproken, dan wel gesproken of gezongen in afwisseling tussen liturg (predikant) en gemeente. En zo geeft het Dienstboek van de Protestantse Kerk op nog veel meer onderdelen van de liturgie de mogelijkheid aan dat de voorganger niet alleen spreekt maar ook zingt, en het lijkt me goed dat we van tijd tot tijd kijken waar die in onze liturgie passend zijn.

Het zingen van de voorganger bij bepaalde liturgische onderdelen heeft eigenlijk dezelfde betekenis als het zingen van de gemeente. Beiden staan in het teken van de dialoog die er in de liturgie is. Het Woord van God komt tot ons. Dat kan gesproken of gezongen zijn. En we beamen het, gesproken of gezongen. We vragen niet of de gemeentezang voldoende artistieke kwaliteiten heeft. We zouden niet met gemeentezang stoppen als dat niet het geval zou zijn. Natuurlijk blijven we voortdurend aan de kwaliteit van die gemeentezang werken, zoals een zingende voorganger dat zal moeten doen. Ter ere Gods begraven we onze talenten niet. Zelfs niet als het er maar één is. Maar we woekeren er mee. Ik hoop dat deze uitleg ons allen weer een stukje verder helpt in het groeien in het liturgie-vieren.
Hans van Gelder

Veertigdagentijd
Zo wordt de periode genoemd die loopt van Aswoensdag tot Stille zaterdag. De veertigdagentijd is een periode van vasten en bezinning op de feitelijke christelijke levenspraktijk. Alhoewel er zesenveertig dagen verlopen tussen Aswoensdag en Pasen (einde van de vastentijd) wordt er traditioneel niet gevast op de zes zondagen tijdens die periode waardoor je op veertig dagen uitkomt.
De geschiedenis van de veertigdagentijd gaat terug naar de vroeg-christelijke tijd, waar men vastte tot zonsondergang. Rond het jaar 250 werd dit vasten uitgebreid naar alle dagen van de Goede Week, terwijl het Concilie van Nicaea in 325 getuigt van een 40-dagen vasten. In de Rooms-katholieke kerk, in de Grieks orthodoxe kerk en de Russisch orthodoxe kerk zijn de regels rondom het vasten nauwkeurig vastgelegd. Binnen het protestantisme is er geen expliciete gezamenlijke traditie van vastenperiode. Wel zijn er individuele of groepen protestanten die vasten in de 40 dagen voor Pasen.
 
Op Aswoensdag laten katholieken en sommige protestantse gelovigen in de kerk een kruis met as op hun voorhoofd tekenen, het zogenaamde askruisje. Terwijl de priester/predikant het askruisje zet, zegt hij doorgaans tegen iedere gelovige afzonderlijk: 'Gedenk, mens, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren'. Deze tekst is gebaseerd op het vonnis dat God na de zondeval over de mensheid uitsprak (Genesis 3,19). Oosters-Orthodoxe christenen laten de as op de kruin strooien in plaats van een kruisje op het voorhoofd. Deze as is het overblijfsel van verbrande 'palmtakken' (vaak buxustakken), die het jaar daarvoor gebruikt werden voor de viering van Palmpasen op Palmzondag. Het kleine ritueel wordt uitgevoerd ter bezinning en als uiting van boetvaardigheid. In die zin is het een voorbereiding op Goede Vrijdag en Pasen.


De symboliek van de Paaskaars
Naast de sacramenten van Doop en Avondmaal kennen we in de Dorpskerkgemeente ook symbolen in de eredienst. Een voorbeeld daarvan is de Paaskaars.

Het licht van de Paaskaars is duidelijk geen sacrament, maar hij symboliseert wel de aanwezigheid van Christus, het Licht der wereld, het Licht van het leven. In de oorspronkelijke Christelijke traditie werd de Paaskaars met name alleen in de Paastijd gebruikt. Later werd het een symboliek die werd ingevoerd voor alle (zon)dagen . De Paaskaars brandt daarom als symbool al bij de aanvang van de eredienst en wordt pas gedoofd als iedereen de kerk heeft verlaten.
De overgang van een oude naar een nieuwe Paaskaars vindt plaats in de cyclus van erediensten van
Witte Donderdag - Goede Vrijdag - Stille Zaterdag. Zo is dat ook dit jaar gebeurd. Tijdens de eredienst op de avond van Goede Vrijdag werd de oude Paaskaars van 2008 gedoofd.                             
                                                                                          
                                                                                      
De oude Paaskaars is voorgoed gedoofd op Goede Vrijdag
klik voor vergroting
klik voor vergroting



Tijdens de Paaswake laat op de avond van de Stille Zaterdag werd de nieuwe Paaskaars voor 2009 een donkere Dorpskerk binnengedragen. Vervolgens stak ds. Philip van Wijk zijn eigen kaars aan aan het licht van de Paaskaars en hij gaf op zijn beurt het licht weer door aan de ambtsdragers. Aansluitend werd het licht van persoon tot persoon overgenomen, totdat de kaarsen van alle kerkgangers brandden en de Dorpskerk indrukwekkend werd verlicht door honderden kaarsen.  
De Paaskaars brandt tijdens alle erediensten in de Dorpskerk tot dat op de avond van Goede Vrijdag van volgend jaar hij weer voorgoed wordt gedoofd. Elke zondag worden de twee kaarsen op de liturgietafel door een van de kinderen aangestoken met het licht van de Paaskaars. Wanneer de kinderen in de loop van de eredienst naar de kindernevendienst gaan en de jongeren naar de jeugdkerk gaan, nemen zij hun eigen kaarsen mee, als een symbool dat het Licht van Christus ook bij hen aanwezig is tijdens hun samenkomsten.


Het liturgisch jaar
Op de dagelijkse kalender begint het jaar op 1 januari en het eindigt op 31 december.
De kerk maakt gebruik van een andere jaarindeling om de christelijke feesten op een goed moment te kunnen vieren.
Deze jaarindeling heet het liturgisch jaar of kerkelijk jaar en verschilt een paar weken van onze kalender.

Dit liturgisch jaar begint vier zondagen voor het Kerstfeest. Deze weken heten de ‘adventstijd’. Christenen bereiden zich dan voor op het feest van de geboorte van Jezus Christus.

Het Paasfeest is het volgende grote feest. Christenen vieren dan de opstanding van Christus uit de dood.
Aan het Paasfeest gaat een periode van bezinning vooraf die zes weken duurt en ‘lijdenstijd’ of ‘veertigdagentijd’ wordt genoemd. De zondagen worden niet meegeteld voor deze veertig dagen. Op deze zondagen wordt nagedacht over het lijden en sterven van Jezus.

Veertig dagen na Pasen is het Hemelvaartsdag. Op deze dag vieren christenen dat Jezus door God is opgenomen in de hemel. Op de zondag tien dagen na Hemelvaartsdag viert de kerk het Pinksterfeest. Dit is het feest van het begin van de kerk. Het gaat terug op het moment dat de volgelingen van Jezus de heilige Geest ontvangen en geïnspireerd raken om het werk van Jezus voort te zetten. Hij is daarbij op een nieuwe manier, niet meer aan tijd en plaats gebonden, aanwezig.

Op de zondag na Pinksteren wordt het feest van de Drie-eenheid gevierd. Christenen geloven niet in drie goden, maar in één. De ene God is bij mensen in drie verschillende verschijningsvormen aanwezig: als Vader aan wie mensen zich kunnen toevertrouwen, als Jezus die het leven van mensen gedeeld heeft, en als Geest die bron van inspiratie is.

Op de kerkelijke kalender staan tussen Hervormingsdag en Advent de laatste zondagen van het kerkelijk jaar vermeld. Zij worden ook wel de zondagen van de voleinding genoemd. De liturgie staat dan in het teken van de voleinding van de wereld door de Schepper. Daarmee wordt benadrukt dat het christelijk geloof een verwachtingsvol geloof is. Wij geloven dat onze wereld nog niet als voltooid beschouwd mag worden. De liturgieën voor deze zondagen staan in het teken van het vertrouwen, dat God eens zijn schepping zal voltooien.

Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden in de eredienst de overledenen van het voorafgaande (kerkelijk) jaar bij naam genoemd, in het midden van de gemeente en zo mogelijk in de aanwezigheid van hun nabestaanden. Voor elke naam staat er een roos in de doopvont , die we na de dienst aan de nabestaanden geven. Want ook al zijn zij gestorven, wij voelen ons nog met hen verbonden. De dood doet dat niet teniet. De apostel Paulus schrijft: “Of wij leven of sterven, wij zijn van de Heer” (Romeinen 14, vers 8). In de Dorpskerkgemeente wordt deze zondag de Eeuwigheidszondag genoemd. Daarmee drukken wij uit, dat mensen bij God horen, al zijn ze ‘uit de tijd’.

Al deze feesten hebben te maken met het leven, lijden, sterven en opstaan van Jezus Christus, zoals dat te lezen is in de bijbel.
Onderstaand overzicht geeft de benaming van de verschillende zondagen van het liturgisch jaar, alsmede de liturgische kleuren van die betreffende zondag. 
 

1e zondag van Advent Levavie

paars

 

6e zondag vd Veertigdagentijd Palmzondag

paars

2e zondag van Advent Populus Sion

paars

 

Witte Donderdag

wit

3e zondag van Advent Gaudete

roze

 

Goede Vrijdag

-

4e zondag van Advent Rorate

paars

 

Stille Zaterdag / Paasnacht

- / wit

Kerstnacht

wit

 

Pasen

wit

Eerste Kerstdag

wit

 

2e zondag van Pasen Beloken Pasen

wit

1e zondag na kerst – “onnozele kinderen”

wit

 

3e zondag van Pasen Misericordia Domini

wit

zondag van Epifanie

wit

 

4e zondag van Pasen Jubilate

wit

1e t/m 4e zondag na Epifanie

groen

 

5e zondag van Pasen Cantate

wit

5e zondag na Epifanie Septuagesima

groen

 

6e zondag van Pasen Rogate

wit

6e zondag na Epifanie Sexagesima

groen

 

7e zondag van Pasen Exaudi / Wezenzondag

wit

7e zondag na Epifanie Quinquagesima

groen

 

Pinksteren

rood

Aswoensdag - begin veertigdagentijd

paars

 

Trinitatis

wit

1e zondag vd Veertigdagentijd Invocabit

paars

 

1e zondag na Trinitatis

groen

2e zondag vd Veertigdagentijd Reminiscere

paars

 

2e zondag na Trinitatis

groen

3e zondag vd Veertigdagentijd Oculi

paars

 

1e t/m 15e zondag van de zomer

groen

4e zondag vd Veertigdagentijd Laetare

roze

 

1e t/m 7e zondag van de herfst

groen

5e zondag vd Veertigdagentijd Judica

paars

 

8e zondag van de herfst  Zondag van de voltooiing

groen


De kleuren van het kerkelijk jaar
In de Dorpskerkgemeente worden de kleuren van het kerkelijk jaar gebruikt in de vorm van een antependium (een kleed over de liturgietafel). Ook draagt de wijkpredikant, ds. Philip van Wijk, een stola in de betreffende kleur over zijn toga.
De kleuren zijn geen vrijblijvende versiering, maar duiden op de verschillende tijden in het kerkelijk jaar. Al in de 10e eeuw kende men in de liturgie aan kleuren een symbolische betekenis toe. Vanaf de 13e eeuw kregen ze de betekenis zoals we die nu kennen:

Wit
De feestkleur, kleur van zuiverheid en licht, gebruikt op de feesten die te maken hebben met nieuwheid en bevrijding: 
- Vanaf 1e Kerstdag tot en met Epifanie (de zogenaamde vreugdetijd);
- Op Witte Donderdag en op 1e Paasdag;
- Op de 1e zondag na Pinksteren (de zondag Trinitatis) 

Paars
De kleur van soberheid, ingetogenheid, bezinning, inkeer, boete en rouw. Eerst werd paars alleen gebruikt in de veertigdagentijd, later ook in de adventstijd.

Roze
Het paars licht op tot roze. De kleur wordt in veel gemeenten gebruikt op de derde zondag van Advent en de vierde zondag van de veertigdagentijd.

Rood
De kleur van vuur, verwijzend naar de Heilige Geest. De kleur wordt gebruikt op het Pinksterfeest en bij de bevestiging van ambtsdragers.

Groen
De kleur van hoop, groei, toekomst, het goede leven. Groen drukt verwachting uit: ‘Eens komt de grote zomer’. 
Groen wordt gebruikt vanaf de eerste zondag na Epifanie tot aswoensdag (het begin van de veertigdagentijd) én vanaf de eerste zondag na Pinksteren tot Advent.

Landelijke PKN-werkgroep eredienst
Sinds voorjaar 2005 is binnen de Protestantse Kerk in Nederland de Werkgroep Eredienst actief. In de werkgroep zit een tiental deskundigen uit het gehele kerkverband die zich willen inzetten voor beleidsadviezen op het terrein van liturgie, dienstboek, Liedboek voor de kerken, bijbelvertaling, kerkmuziek, diverse beheerskwesties(bijv. auteursrechten) en kerkbouw. De leden/vrijwilligers zijn op een of meer van deze terreinen actief of hebben te maken met lopende initiatieven. Zo heeft een aantal leden een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het nieuwe Dienstboek. Een van de taken van de Werkgroep is het begeleiden van de beproeving van het nieuwe Dienstboek. Voor meer informatie hierover zie: www.dienstboek.nl

 

Vorige Printvriendelijke versie van deze pagina Volgende